wat verwachtingen ons vertellen

Gepubliceerd op 10 oktober 2019 12:00

We doen regelmatig dingen die anderen of wijzelf van ons verwachten, dingen die we “horen te doen” en wij verwachten op onze beurt weer een heleboel van anderen. We voldoen aan verwachtingen, omdat het ons iets oplevert, bijvoorbeeld in de vorm van erkenning, promotie, vriendschap etcetera, of omdat we iets willen voorkomen, zoals bijvoorbeeld een conflict, discussie of onbegrip.

Het is niet altijd makkelijk om aan de verwachtingen van anderen te voldoen, maar het is voor anderen ook niet altijd makkelijk om aan onze verwachtingen te voldoen. Het voldoen aan bepaalde verwachtingen kan dan ook in strijd zijn met wat we zelf willen. Hierdoor stellen we, soms ongewild, teleur of zijn we teleurgesteld in anderen. 

 

Tegen verwachtingen ingaan en teleurstellen is lastig. We willen ons graag goed voelen over onszelf, en tegen verwachtingen ingaan en iemand teleurstellen geeft ons over het algemeen geen goed gevoel. Maar doen wat iemand van ons verwacht, terwijl we zelf liever iets anders doen, geeft ook geen goed gevoel. Hoe kunnen we nu omgaan met verwachtingen van onszelf en van anderen, mét behoud van een goed gevoel over onszelf en anderen? 

 

Hoe komen we aan verwachtingen?

We vormen onze verwachtingen op basis van onze eigen gedachten en ervaringen. Dat maakt dat ze voor onszelf heel logisch zijn en dat we, net als alle andere mensen, over het algemeen vinden dat we hierin wel gelijk hebben. Als we al praten over onze verwachtingen, dan hebben we het daarom meestal niet over of de verwachtingen wel kloppen, maar over of ze wel uitkomen. 

 

Dat we onze eigen verwachtingen zo logisch vinden komt, omdat ze vaak afgeleid worden van meer algemene waardeoordelen. Deze waardeoordelen zien we terug in normen over wat je wel en niet hoort te doen. En waar normen algemene uitspraken zijn voor een hele groep mensen in een heleboel vergelijkbare situaties, zeggen mijn verwachtingen iets over een bepaald gedrag in een bepaalde situatie. Maar,  omdat onze individuele verwachtingen natuurlijk ook worden beïnvloed door onze directe omgeving, kan het zijn dat we algemene normen terugvinden in onze individuele verwachtingen. Sommige verwachtingen lijken daarom meer op een algemene kwestie dan op een individuele en situationele kwestie. Hierdoor lijken sommige gesprekken over verwachtingen soms op een wat starre discussie over “wat hoor je te doen”, terwijl we het dan eigenlijk zouden moeten hebben over: “Wat wil jij en wat wil ik, in deze situatie, op dit moment”.

 

Gelukkig is er een manier om de dwingende stem van verwachtingen en waardeoordelen zachter te laten klinken. Dat gebeurt zodra we luisteren naar wat ze ons proberen te vertellen. Wat bedoelen we eigenlijk als we zeggen, dat we verwachten dat mensen zich aan de verkeersregels houden, dat een leraar elke leerling evenveel aandacht geeft, dat kinderen bij hun ouders op verjaardagsvisite komen, dat niemand voordringt bij het instappen in de trein, en pakketjes op tijd geleverd moeten worden. En wat zegt het over jou als je verwacht van je partner dat hij ziet wanneer je moe of verdrietig bent, of dat je kinderen gewoon aardig tegen je kunnen blijven doen ook al zijn ze het niet met je eens, of dat de poes haar eigen kattenbak schoonmaakt... 

 

Verwachtingen en waardeoordelen zijn namelijk geen losstaande ideeën, maar ze zijn het gevolg van onze behoeften en verlangens, dat wat we nodig hebben om ons goed te voelen. Zoals bijvoorbeeld behoefte aan rust, aan waardering, aan duidelijkheid of aan uitdaging. Hoe we deze behoefte willen vervullen, maken we duidelijk met onze verwachtingen. Ik verwacht bijvoorbeeld dat mensen zich aan de verkeersregels houden, niet omdat ze dit horen te doen, maar omdat daarmee mijn behoefte aan veiligheid, voor mezelf en voor degenen die ik liefheb, wordt vervuld. Je voelt je goed wanneer niemand voordringt in de trein, niet omdat je dat nu eenmaal fatsoenlijk vind, maar omdat je op dat moment misschien wel behoefte hebt aan rust. We willen graag dat onze kinderen aardig blijven doen, omdat we behoefte hebben aan begrepen worden en niet omdat we vinden dat ze respect moeten hebben voor hun ouders. 

 

Onze behoeften aan veiligheid, rust en begrepen kunnen worden vervuld, als anderen ook werkelijk doen wat we van hen verwachten, maar omgekeerd is het niet zo dat, wanneer anderen niet doen wat we van hen verwachten, onze behoeften niet vervuld kunnen worden. Onze verwachting is namelijk maar één manier waarop de behoeften vervuld kunnen worden. Zo kan ik mijn behoefte aan veiligheid ook zelf vervullen door bijvoorbeeld zoveel mogelijk gevaarlijke situaties proberen te voorkomen en te vermijden. En om mijn behoefte aan rust aan het einde van een werkdag te vervullen, zou ik de drukke avondspits kunnen vermijden, een koptelefoon op kunnen doen of ik zou kunnen proberen mijn energie overdag iets beter te verdelen. En wanneer ik graag begrepen wil worden, kan ik misschien wachten tot het tijdstip dat mijn kinderen niet meer boos zijn, of zelfs nog wat langer tot ze wat ouder zijn.

 

Wij mensen kunnen behoorlijk van elkaar verschillen in het aantal en de stelligheid van onze verwachtingen. Dit hangt af van ieders persoonlijke, maatschappelijke, culturele en sociale geschiedenis. En omdat verwachtingen zo persoonlijk zijn, kan het zijn dat twee mensen in een zelfde situatie totaal verschillende verwachtingen hebben. Het is dus goed om jouw eigen verwachtingen en die van een ander te kennen. Maar om jezelf en elkaar echt goed te begrijpen, is het nog veel belangrijker om de behoeften en verlangens van jezelf en anderen te kennen. Want op het niveau van behoeften en verlangens lijken we op elkaar, begrijpen we elkaar en kunnen we, zonder onszelf tekort te doen, tegemoet komen aan zowel de verlangens van de ander als aan die van jezelf. 

 

Begrijp je jouw eigen behoeften en verlangens beter, dan begrijp je ook jouw verwachtingen beter. Bovendien word je minder afhankelijk van het uitkomen van jouw verwachtingen, want waar een verwachting maar op één manier kan worden waargemaakt, kunnen behoeftes op heel veel manieren worden vervuld. 

 

strijd tussen verlangens

Kort gezegd hebben we allemaal “wij-verlangens” en “ik-verlangens”. De “wij-verlangens” zijn het verlangen naar zekerheid en veiligheid, naar erbij horen en deel uitmaken van een groep, en naar een bijdrage leveren aan anderen. De “ik-verlangens” zijn het verlangen naar uitdaging en afwisseling, naar gewaardeerd worden als uniek individu, en naar persoonlijke ontwikkeling en groei. Deze verlangens kunnen elkaar versterken en aanvullen. Hoe meer zekerheid en veiligheid ik ervaar, hoe meer ik open sta voor uitdaging en afwisseling. Hoe meer ik het gevoel heb om bij een groep te horen, hoe meer ik me als individu durf te laten zien. En hoe meer ik mij persoonlijke ontwikkel, hoe meer ik kan bijdragen aan het grotere geheel. 

 

Maar onze “wij-verlangens” en “ik-verlangens” kunnen ook met elkaar in strijd komen, zodra we dingen doen die van ons worden verwacht, maar die we eigenlijk liever niet doen. Met doen wat “hoort” komen soms onze individuele behoeften in het gedrang. Stel je hebt een grote behoefte aan uitdaging en afwisseling, maar je hebt een vaste baan, een relatie, kinderen misschien, een huis en een actief sociaal leven. Hoe zorg je er dan voor dat jouw individuele behoeften niet te ver ondergesneeuwd raken door “doen wat er van je verwacht wordt”. We willen erbij horen en we willen onszelf zijn. Maar soms moeten we gewoon, om onszelf te kunnen blijven, ervoor kiezen om niet aan bepaalde verwachtingen van anderen te voldoen. Op dat moment voelen we, bewust of onbewust, toch een zekere angst om afgewezen te worden. En soms blijft het niet bij de angst, maar overkomt het ons ook echt dat we worden afgewezen omdat we niet doen wat van ons werd verwacht. 

 

Dit niet voldoen aan bepaalde verwachtingen voelt hoe dan ook ongemakkelijk. De spanning tussen “wij” en “ik”, die we al kennen sinds onze geboorte, gaat ons leven lang met ons mee. Hoe eerder je dit ongemak accepteert, hoe beter je in staat bent om op ieder moment te kiezen voor dat moment naar verlangt: de ene keer meer “wij”, de andere keer meer “ik”. 

 

balans tussen wij en ik

Als je door (een) bepaalde (groep) mensen wordt afgewezen, dan betekent dat meestal dat zij vinden dat je op de een of andere manier anders bent, dan zij graag willen dat je bent. Hoe willen mensen graag dat je bent? Hetzelfde als zij. Waarom? Omdat hen dat een goed gevoel geeft over wie zij zelf zijn. Want als jij bent zoals zij, dan horen zij op hun beurt weer bij jou. Dat betekent voor hen dat ze door jou geaccepteerd worden en in jouw ogen goed genoeg zijn. Dus als jij bent zoals zij willen dat je bent, dan verminder je daarmee hun eigen angst voor afgewezen worden. Je voorziet hiermee in de  “wij-behoefte” van de hele groep.

 

Als je echter ziet, hoort, voelt en ervaart dat je in bepaalde opzichten niet bij bepaalde mensen hoort, dan vervul je op dat moment misschien geen “wij-behoefte”, maar als dit een bewuste keuze is, wel een “ik-behoefte”. Je geeft daarmee dus ruimte aan jezelf. Aan jouw persoonlijke behoeften als individu. 

 

Minder bij een bepaalde groep mensen horen, betekent misschien een minder vanzelfsprekende acceptatie door anderen, maar daartegenover staat dat je meer ruimte maakt voor jezelf als authentiek individu. Ach, het is altijd zoeken naar de unieke balans tussen “wij” en “ik”. En het grappige is: we maken altijd onderdeel uit van een “wij” en we zijn tegelijkertijd ook altijd een “ik”. We kunnen namelijk nooit “niet-ik” of “niet-wij” zijn. We hoeven dus helemaal niet te kiezen tussen die twee. De keuzes die we te maken hebben zijn: maken we deel uit van de groep “wij” die ook echt bij ons past? En zijn we ook helemaal de “ik” die wij zelf het liefste willen zijn?


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.